header_vervolg_02.jpg

Zeer moeilijk lerende kinderen

​Zeer moeilijk lerend betekent dat het kind zich langzamer en moeizamer ontwikkelt dan andere kinderen. Hierdoor ontstaat een achterstand in de ontwikkeling die later niet meer ingehaald kan worden. Dit wordt ook wel een verstandelijke beperking genoemd. Soms is de oorzaak een syndroom zoals bijvoorbeeld Down-syndroom of Fragiele X-syndroom. Het kan ook zijn dat er medische complicaties waren tijdens de zwangerschap of bij de bevalling. Vaak is er echter geen duidelijk aanwijsbare oorzaak voor de ontwikkelingsproblemen van uw kind. 

 

Hoe merk je dat een kind zeer moeilijk lerend is?

  • De motorische ontwikkeling gaat langzamer. Het kind gaat vaak later zitten, staan en lopen, fietsen op een driewieler. Het kind is meestal ook wat onhandiger. Het duurt langer voordat uw kind zelf kan eten, kan tekenen, rijgen, puzzelen enzovoorts. 
  • De spraakontwikkeling verloopt langzamer, ze gaan vaak veel later praten. Sommige kinderen praten nauwelijks. Het kind maakt meestal korte zinnen met weinig woorden en begrijpt de taal ook minder snel en goed. Als u het kind een opdracht geeft, heeft het tijd nodig om het te begrijpen en om te weten wat het nu moet gaan doen. Herhaling en voordoen is vaak noodzakelijk.
  • Het kind kan niet zoveel informatie tegelijk opnemen. Er lijkt vaak van alles langs het kind heen te gaan. Oogcontact en er naar toe lopen helpt vaak. Sommige kinderen moeten even licht aangeraakt worden. Dan pas hebben ze voldoende aandacht om te horen wat u wilt zeggen.
  • Het kind neemt de omgeving veel minder gedetailleerd waar of richt zich slechts op één detail. Daardoor gaat er veel langs hem/haar heen. Het kind moet dan ook vaak geholpen worden om zich van andere details bewust te worden. Veel aanwijzen en praten over wat er rondom het kind gebeurt, kan helpen. Voorbeeld-gedrag geven en herhalen wordt ook vaak toegepast. Nieuw gedrag wordt op deze manier stapje voor stapje aangeleerd.
  • Het kind kan minder goed zelf spelen. Dat komt omdat het niet zo snel begrijpt wat het met het materiaal moet doen. Stimulatie is belangrijk. Het heeft zelf niet zoveel ideeën. Het kind blijft vaak wat rommelen met materiaal als er niemand met hem/haar speelt. Of het blijft steeds met hetzelfde spelletje bezig.
  • Het kind kan zich vaak niet zo lang concentreren. Het is snel afgeleid door iets wat er in zijn/haar omgeving gebeurt. Het vergeet dan wat het aan het doen was of wat het af moet maken.
  • Het kind reageert vaak impulsief: het reageert zonder na te denken en gaat overal meteen op af. Het kind kan zichzelf moeilijk afremmen. Het duurt ook langer voordat uw kind leert wat wel en niet mag. De regels worden vaker herhaald en zo consequent mogelijk. Hulp met ordenen is belangrijk: wat moet eerst en wat daarna. Voor het kind is dat moeilijk; zonder hulp wordt het snel een rommeltje.
  • Het kind denkt langzamer en kan ook moeilijk over iets nadenken dat er niet is. Met een foto erbij of met een plaatje is het gemakkelijker om met het kind te praten over iets wat gebeurd is.
  • Uw kind kan ook nog een heleboel wel! Want elk kind heeft zijn of haar eigen talenten. Dit alles betekent dat het kind zich moeilijker aan kan passen aan zijn of haar omgeving. Het opvoeden vraagt van ouders daarom ook vaak veel energie. Het kost extra moeite om uw kind te begrijpen. En uw kind heeft veel meer en veel vaker hulp en begeleiding nodig om te zorgen dat iets toch lukt. Als iets gelukt is of goed gaat, zijn ouders vaak extra blij. Want ook als uw kind zeer moeilijk lerend is, kunt u samen erg genieten van wat allemaal wèl kan!